Heggen herstellen biodiversiteit

Tot zo’n honderd jaar geleden stond het Nederlandse landschap vol met heggen: natuurlijke afscheidingen tussen weides en akkers en gebieden met andere functies. Door de schaalvergroting van de landbouw en de ruilverkaveling zijn de meeste oude heggen verdwenen. Als onderdeel van het Deltaplan Biodiversiteit is in 2021 een Aanvalsplan Landschapselementen gepresenteerd.
Een gesprek over de waarde van heggen als corridors voor alles wat leeft.

Tekst & foto’s Paul van Bodengraven

“Hier staat nu zo’n 8,5 kilometer aan heggen”, vertelt Louis Dolmans, natuurboer van Doornik Natuurakkers in Bemmel. Hij zwaait met zijn arm over het uitgestrekte, groene gebied dat onderdeel uitmaakt van Park Lingezegen. “En er kan nog veel meer bij.”

Park Lingezegen is een groene buffer tussen Arnhem en Nijmegen en kent een veelvoud aan landeigenaren en beheerders. Centrale missie: zorgen voor een groen, gezond, biodivers landschap als tegenwicht tegen de oprukkende verstedelijking. Louis Dolmans pacht de grond waarop hij onder andere traditionele graanrassen kweekt. De gevlochten natuurlijke heg is een vast onderdeel in zijn visie op de inrichting van zijn land. “Zo’n heg is een bron van leven in dit gebied. De ideale heg bestaat uit een mengeling van struiken waarmee de natuur het hele seizoen voorziet in voedselaanbod voor insecten, vlinders en vogels. Daarnaast biedt zo’n heg volop schuilgelegenheid voor kleine dieren en vogels. De aanwezigheid van heggen levert een grote bijdrage aan de biodiversiteit van een gebied.”

Meer heggen in Nederland
Lex Roeleveld is betrokken bij de Stichting Heg & Landschap die sinds de oprichting in 2003 ijvert voor meer heggen in het Nederlands landschap. De aanpak in Bemmel is een mooi voorbeeld van wat de stichting voor ogen staat. De stichting is een particulier initiatief en zet zich in voor een mooi, rijk cultuurlandschap. In de ruim tien jaar van haar bestaan heeft de stichting praktijkervaring opgedaan met aanleg en duurzaam beheer van landschapselementen zoals heggen, houtwallen en bomen. Om dat te bereiken zijn er verschillende initiatieven gestart. Zo is er een sponsorovereenkomst met de Fondation Yves Rocher waarmee een boomplantprogramma wordt uitgevoerd. Het cosmeticaconcern steunt wereldwijd dergelijke programma’s. “De ambitie is om honderdduizend bomen per jaar aan te planten”, vertelt Lex. “Het gaat dan om tweejarig plantgoed. Dat komt overal terecht, bijvoorbeeld op het terrein bij bijenclubs, maar ook in woonwijken die kiezen voor het versterken van het groen, bij boeren die landschapselementen willen versterken, bij percelen van Land van Ons, of natuurclubs die een voedselbos willen aanleggen. We kondigen aan, geven de spelregels voor deelname aan en mensen melden zich dan met hun verzoeken, die wij beoordelen.”

Welke soorten zijn geschikt voor een natuurlijke heg? “We kiezen altijd voor inheemse, liefst autochtone soorten”, legt Lex uit. “Dat laatste wil zeggen dat de bomen en struiken ook hun oorsprong hier hebben. Dus liever een meidoornstruik gekweekt uit zaad van oude Nederlandse meidoorns, bijvoorbeeld uit de Maasheggen, en niet met zaad afkomstig uit andere klimaatszones (Frankrijk bijvoorbeeld). Omdat planten ‘van hier’ beter samenleven met bijvoorbeeld insecten en vogels van hier.” Voorbeelden van bomen die in het kader van het boomplantprogramma zijn aangeplant zijn meidoorns, vuilboom, wilde rozen, maar ook wilde appels en peren. “Het grootste knelpunt is de beschikbaarheid van de planten bij kwekers”, aldus Lex. “De laatste jaren kunnen bepaalde soorten niet of onvoldoende geleverd worden.”

Handenarbeid
”De 100.000 boompjes die we jaarlijks kunnen verstrekken worden door de deelnemers zelf geplant. Het betreft bijvoorbeeld meidoorns, sleedoorns, rode kornoeljes en Gelderse rozen. Ook het beheer van de aanplant doen  de deelnemers aan ons boomplantprogramma zelf, we geven wel advies. Vooral de gevlochten heggen die bij Louis staan, zijn het resultaat van noeste arbeid. Het zijn eenvoudig gezegd uitgegroeide struweelheggen van 5 tot soms 8 meter, die terug zijn gebracht tot een compact geheel in de vorm van een afgevlakte A, met een hoogte van 1,2 meter. “Wij vlechten behalve voor de biodiversiteit, ook om ‘doorkijkjes’ in het landschap te maken, of om nestgelegenheid te creëren voor specifieke vogels, zoals de kneu en de groenling”, legt Louis uit. Het vlechten begint met het inkappen van de struiken. Het struweel wordt daarbij deels ingekort en uitgedund. “Inkappen wil zeggen dat de struik vlak boven de grond schuin wordt ingekapt waardoor hij schuin omgeklapt kan worden, maar nog wel verbinding heeft met zijn wortels”, vervolgt Louis. “De struik loopt daardoor opnieuw uit. Vervolgens wordt met de gelegde struiken een hecht geheel geconstrueerd. Dat is een flinke ambachtelijke klus, die veel ervaring vergt en veel handen en tijd vraagt.”

Met zijn eigen bedrijf Bureau Heggen, maar ook in het kader van activiteiten voor de stichting is Lex Roeleveld regelmatig buiten te vinden, bezig met het vlechten van heggen. ‘Op een goede dag kun je rond de 25 meter heg vlechten”, vertelt hij. “Maar natuurlijk maken vele handen licht werk, dus we organiseren ook vlechtworkshops. Meestal voor geïnteresseerde particulieren maar ook voor bedrijven die iets in de natuur willen doen. Het is een flinke klus, maar mensen vinden het leuk, zeker als ze het idee hebben een bijdrage te leveren aan de natuurlijke waarde van een gebied. Dat geeft toch meer voldoening.”

Louis Dolmans en Lex Roeleveld bij een van de heggen op Doornik Natuurakkers in Bemmel
 

Heg als corridor
Het bekendste heggenlandschap van Nederland is misschien wel het Maasheggen-gebied, gelegen aan de Maas tussen Cuyck en Vierlingsbeek. Zo bijzonder dat De Maasheggen in 2018, als enige gebied in Nederland, de status van UNESCO Man & Biosphere heeft gekregen. Nu een uitzondering, maar ooit moeten veel meer stukken van Nederland er zo hebben uitgezien. “Naar schatting is sinds 1900 in Nederland ruim 200.000 kilometer aan heggen, houtwallen en singels verdwenen”, vertelt Louis Dolmans. “Eeuwig zonde, want die heggen hebben een hele belangrijke functie als ecologische corridor in ons versnipperde landschap. Daarlangs kunnen dieren zich verplaatsen, van het ene stukje natuur naar het andere. Met de opkomst van het prikkeldraad en hekwerk is ook die functie verdwenen.”

Gezonde heg vraagt onderhoud
Een andere belangrijke factor in het herstel van de biodiversiteit is het onderhoud van de heg. Want de aanplant en aanleg mag dan een kunst zijn, het onderhoud is in hoge mate bepalend voor de mate waarin dieren gebruik kunnen maken van de heg als biotoop. “Er is maar weinig variatie in de manier waarop heggen doorgaans worden gesnoeid”, aldus Louis. “In veel gevallen wordt er een klepelmaaier overheen gehaald en worden zo de heggen in één haal ingekort. Dat daardoor de takken versplinterd worden, neemt men dan in feite voor lief. Maar een gezonde heg vraagt om onderhoud op het juiste moment, op de juiste manier.”

Dat het ook anders kan, is de laatste jaren in het Maasheggengebied te zien. Het heggenlandschap is daar door goed onderhoud juist veel mooier geworden. En dan is – net als bij de aanleg – handmatig te werk gaan het beste. Vaak zijn daarvoor vrijwilligers nodig, omdat het anders een kostbare zaak wordt om de heggen op de juiste manier te onderhouden. Lex vult aan: “Goede snoei kan ook met gebruik van juiste machines, een goed geïnstrueerde machinist en de juiste (lees: ruime) maatvoering. Idealiter dient het beheer cyclisch te zijn. Dat wil zeggen dat over een langere periode bekeken er een moment van verjonging in zit. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij het vlechten van een heg.”

Om mensen en organisaties bij het beheer en onderhoud van heggen te ondersteunen verscheen in 2019 bij de Stichting Heg & Landschap de publicatie Rijk Heggenlandschap. Handleiding toekomstgericht herstel, waar zowel Louis als Lex aan meeschreven (zie ook www.hegenlandschap.nl).

De struik vlak boven de grond is schuin ingekapt waardoor hij schuin omgeklapt kan worden

De bodem als basis
Beide mannen zijn weliswaar actief pleitbezorger van natuurrijke heggen, maar benadrukken ook dat een heg alleen niet voldoende is om de biodiversiteit te herstellen. ”Het begint allemaal bij de bodem”, stelt Louis. “Daarom gebruik ik bijvoorbeeld op mijn akkers geen chemicaliën of kunstmest. Als de bodem en het bodemleven gezond zijn, is de basis voor natuurherstel gelegd. In de jaren dat ik deze grond pacht, heb ik zelf gezien wat er dan gebeurt. Meer planten, meer voedsel voor insecten en vogels, meer andere dieren. De hele keten herstelt zich. Als je zorgt voor een zekere overvloed in het aanbod van voedsel en geschikt habitat, neemt de natuur die ruimte haast als vanzelf in beslag. De afgelopen jaren hebben we hier meerdere keren vogelsoorten geïnventariseerd, samen met onderzoekers van SOVON. Daaruit blijkt dat het aantal soorten toeneemt, en ook de aantallen per soort. Het werkt dus wat we doen, dat zie en hoor ik elke dag.”

Zelf doen?
Over de vraag wat KNNV’ers kunnen doen om de aantrekkelijkheid van heggen te vergroten hoeven de mannen niet lang na te denken. “Het beste wat je kunt doen, is genieten van heggen. Dan volgt de rest bijna als vanzelf. Bekijk heggen nu in het voorjaar en zie hoe ze prachtig uitgroeien. Bekijk wat er allemaal niet groeit en leeft in zo’n heg. Wandel eens in het Maasheggengebied, je zult versteld staan. Als het vlammetje eenmaal aangewakkerd is, dan wil je wellicht zelf een heg planten. Kijk eens wat de mogelijkheden zijn om een natuurgebied via een heg te verbinden met zijn omgeving. Zoek boeren op in de regio en kijk of je samen met hen natuurvriendelijke begrenzing van akkers en weides kunt aanleggen. De planten zijn beschikbaar via ons boomplantprogramma, het gaat vooral om mensen, handen en werkplezier. Dan kun je samen een belangrijke bijdrage leveren aan de lokale biodiversiteit.”.”

Een natuurlijke heg biedt onderdak aan allerlei bewoners | Foto M. Otto