
Tekst en beeld Sil Westra, Isebel Dijkgraaf, Silvavir Ecologisch Advies en Arianne Sulman
Wildcamera’s zijn nuttige hulpmiddelen bij het in kaart brengen van zoogdieren en andere fauna. Maar hoe bevestig je de camera’s, op welke hoogte, en welke middelen kun je gebruiken om de dieren voor de camera’s te lokken? Een overzicht van verschillende ervaringen uit de praktijk.

Het gebruik van wildcamera’s is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Omdat de kwaliteit van camera’s enorm is verbeterd en de kosten f link zijn gedaald, is het voor nieuwsgierige buiten- lui en vrijwilligers laagdrempelig geworden wildcamera’s in te zetten. De focus ligt hierbij vaak op het vaststellen van de aan- of afwezigheid van een of meerdere soorten op een erf of in een gebied.
Daarnaast worden camera’s bijvoorbeeld gebruikt bij het monitoren van populaties en faunapassages. Professionals in het hele land zetten wildcamera’s sinds een jaar of tien in voor verspreidingsonderzoek, maar ook voor kleinere inventarisaties in het kader van de Omgevingswet. Met het verzamelde beeldmateriaal kunnen onderzoekers de aanwezigheid van specifieke soorten aantonen, of juist zoveel mogelijk soorten in een bepaald gebied in kaart brengen.

Om de kans te vergroten om de doelsoort met de wildcamera te registreren, kunnen camera’s op gunstige plekken worden geplaatst. Denk aan overgangen van vegetatietypen, kruispunten van lijnvormige landschapselementen op wildwissels en bij bruggen, duikers, faunapassages en andere geleidende structuren. Daarnaast zijn er middeltjes om dieren voor de camera’s te lokken.

Cameraopstellingen
Er zijn verschillende cameramiddelen om dieren vast te leggen op beeld. De meest gebruikte zijn: Mostela (box met camera, buis en lokstof), Struikrover® (halfopen pvc-pijp met camera, figuur 1) en open wildcamera aan boom of paal. De meest gebruikte opstelling is de standaard open opstelling (figuur 2).
De beste hoogte van de camera hangt af van de soorten dieren die op beeld vastgelegd moeten worden. Daar kan de borsthoogte van de doelsoort voor worden aangehouden (figuur 3). Het type opstelling heeft invloed op de soorten die aangetroffen worden. Zo zouden hermelijn en wezel mogelijk minder vaak gefotografeerd worden met de standaard open- wildcameraopstelling. Deze soorten mijden open plekken, ze kunnen beter gefotografeerd worden in een dichte opstelling zoals een Marterbox of Struikrover® (figuur 3). Tijdens het onderzoek Effectief op zoek naar kleine marters legt de Mirrorbox, een eigen ontwerp van de onderzoekers (ten Oever & van den Broek, 2020) het grootst aantal kleine marterachtigen vast. Deze techniek is in ander onderzoek nog niet verder getest. Meer onderzoek naar de invloed van de opstelling op de trefkans is wenselijk. Voor een algemene opstelling waarbij alle soorten kunnen worden geregistreerd, is een lage opstelling zoals de sar- dientjesmethode aan te raden (figuur 4). Daarmee worden alle soorten van spitsmuizen tot grofwild effectief geregistreerd.

Lokstoffen
Door de jaren heen hebben onderzoekers verschillende wildcameraopstellingen en soorten lokstoffen gebruikt om dieren voor de lens van de camera te lokken (figuur 5). Lokstoffen kunnen worden gebruikt om dieren uit de nabije omgeving aan te trekken en te zorgen dat dieren langer in beeld blijven, zodat ze duidelijk op beeld vastgelegd kunnen worden. Zo kunnen soms zelfs individuele dieren onderscheiden worden. Veel gebruikte lokstoffen zijn onder andere visolie, sardines, gekookt ei, muis, valeriaanolie, dierlijke geurstoffen, vetzuren, castorolie, pindakaas en vlees zoals kip of konijn.
Elke diersoort reageert anders op de verschillende lokstoffen en niet elke lokstof is even effectief voor elke soort. Er is weinig bekend over de trefkansen door het gericht gebruik van verschillende lokstoffen bij onderzoek met wild camera’s. Door te achter- halen welke lokstof het meest effectief is per soort en welke lokstof het grootst aantal soorten aantrekt, kunnen er betere gestandaardiseerde onderzoeksmethoden ontwikkeld worden. In zijn algemeenheid blijkt uit verschillende onderzoeken wel duidelijk dat wildcamera’s met lokstoffen meer dieren aantrekken dan zonder lokstoffen. Zo werd er bij onderzoek (Clapperton M. W., 1999) naar de hermelijn alleen sporen aangetroffen op de locatie met lokstoffen. Onderzoekers gebruiken in Nederland vaak een geperforeerd blikje sardientjes, dat makkelijk te gebruiken is. Onder andere de Stichting Kleine Marters gebruikt deze methode om aanwezigheid van kleine marterachtigen aan te tonen. Uit onderzoek van het Instituut van Natuur- en Bosonderzoek blijkt dat het gebruik van lokstoffen nauwelijks of niet werkt voor de otter (Bruyn, 2017). Visolie op een stoeptegel levert de meeste trefkans.
In de Verenigde Staten is onderzoek gedaan naar het effect van een mix van stinkdier- en muskusmengsel als lokstof (online te koop) op (zoogdier) roofdiersoorten en (zoogdier) prooisoorten. Hieruit bleek dat er geen significant verschil was tussen het aantal prooidieren dat op de wildcamera’s met geurstoffen afkwam (7530) en wildcamera’s zonder geurstoffen (7110). Wel werden roofdie- ren sterk door de lokstoffen bij de camera’s aangetrokken. Eerder onderzoek in Nederland naar de voor- en nadelen van het gebruik van lokstof bij een wildcamera, wees uit dat sardientjes als lokmiddel tussen 12 en 24 dagen meer dieren aantrok dan zonder lokstof (Koenders, 2018). Andere lokstoffen trokken niet meer verschillende dieren aan dan wildcameraonderzoek zonder lokstof. Maar de onderzoeks- opzet was te klein om naar significante verschillen te kunnen kijken. Kortom, op dit moment is niet duidelijk welke lokstoffen het meest effectief zijn om verschillende zoogdieren aan te trekken. Meerjarig onderzoek met een gestandaardiseerde opzet en opstelling kan die duidelijkheid opleveren. Zie in onderstaande tabel de meest voorkomende opstellingen en bijbehorende methodes.



Bronnenlijst
Akker, R. (2014, Januari). Het gebruik van fotovallen bij boommarter onderzoek. De Levende Natuur, pp. 23, 24, 25.
Bekker. (2018). Pilot ANLb-beleidsmonitoring wezel en hermelijn. Verkorte rapportage 2016-2017. Rapport 2018.10. Nijmegen: Zoogdiervereniging.
Belkom, S. W. (2020, December 10). Zoogdieren in beeld: de juiste wildcamera juist plaatsen. Opgehaald van zoogdiervereniging.nl
Bink, R. K. (2020). Meten wat er leeft – De kracht van samenwerking in het Netwerk Ecologische Monitoring. . Wageningen. Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu. WOt-special 1. .
Bruyn, V. D. (2017). Monitoringsprotocol zoodieren: Europese hamster, hazelmuis, das en Europese otter. Brussel: Rpporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.
Clapperton. (2001). Advances in New Zealand mammalogy 1990-2000: Feral ferret. Journal of The Royal Society of New Zealand. Opgehaald van Tandfonline
Clapperton, M. W. (1999). Responses of stoats to scent lures in tracking tunnels. Nieuw-zeeland: New Zealand Journal of Zoology.
Holinda, B. B. (2020). Effects of scent lure on camera trap detections vary across mammalian predator and prey species. United States: University of South Carolina.
Jansen. (2017, September). Cameravallen voor kwantitatief onderzoek aan zoogdiergemeenschappen. Opgehaald van edepot.wur.nl: edepot.wur: https://edepot.wur.nl/428532
Jansen, P. H. (2017). Aanvullende cameravalzoektocht naar wilde kat en boommarter. Wageningen University & research.
Kilshaw, M. (2011). The use of camera trapping as a method to. Scottish Natural Heritage Commissioned Report No.479.
Koenders. (2018). To bait or not to bait. Wageningen University.
Linden. (2020). Lokstoffen voor kleine marterachtigen. Nijmegen: Anteagroup.
Mos, J. H. (2020, Juni). The Mosetla: an adjusteds camera trapping device as a promising non-invasive tool to study and monitor small mustelids. Mammal research.
Mulder. (2007, maart). Met fotovallen opzoek naar de wilde kat. Opgehaald van zoogdierwinkel.nl
P.A. Jansen, T. H. (2017, September). Cameravallen voor kwantitatief onderzoek aan zoogdiergemeenschappen. Opgehaald van edepot.wur
Randler, K. K. (2020, oktober). Baiting/Luring Improves Detection Probability and Species Identification—A Case Study of Mustelids with Camera Traps. Opgehaald van mdpi.com
Stichting kleine marters. (2023). Onderzoeksmethoden. Opgehaald van stichtingkleinemarters.nl
Westra. (2018). WILDCAMERA: zoogdieren in de achtertuin. Opgehaald van Silvavir
Westra, S. (2017, November). Inventarisatie van kleine marterachtigen in vier onderzoeksgebieden rond Deventer. Zoogdiervereniging.
Westra, S. E. (2025, mei). Bunzing en boommarter laten zich niet vaak zien. De Levende Natuur, pp. 110-113.
Westra, S. L. (2021, Januari). Op weg naar gestandaardiseerd onderzoek met wildcamera’s. Opgehaald van library.wur.nl
Westra, S. M. (2020, november). Zoogdieren in Deventer tuinen. De Levende Natuur, pp. 211-214.
Wildbeheereenheid Susteren/Graetheide. (sd). Lokstoffen bij het gebruik van wildcamera’s. Opgehaald van wbesusterengraetheide.nl