
Ons land ligt onder een deken én een wolk van bestrijdingsmiddelen. Dat weten we dankzij
de burgerwetenschappers van Meten=Weten. Lang bagatelliseerden landelijke en provinciale
overheden de schadelijke effecten op natuur en gezondheid. Dat valt niet langer vol te houden.
Tekst Guido Nijland, Meten=Weten | Foto’s Meten=Weten
Begin deze eeuw lieten bollenboeren uit Holland hun oog vallen op de hogere zandgronden in Drenthe om daar de teelt van leliebollen uit te breiden. De leliebloemen zijn gecultiveerde rassen die worden geselecteerd op uiterlijk, niet op weerbaarheid tegen ziekten en plagen. De meestal buitenlandse afnemers van de leliebollen wensen geen beestjes of schimmels op de planten. Vandaar dat bij de lelieteelt de veldspuit regelmatig over de akker gaat en er bijzonder veel bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Omdat bollen niet bestemd zijn voor consumptie, worden er geen eisen gesteld aan residuen.
Al vrij snel na de opkomst van de Drentse leliebollenteelt begonnen bewoners zich zorgen te maken over de effecten van de vele bestrijdingsmiddelen op gezondheid en natuur. Een aantal van hen richtte in Diever de Stichting Bollenboos op en probeerde in gesprek te komen met telers en de overheid. Dat leverde niets op, want die wezen erop dat de middelen veilig waren verklaard door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) en bovendien netjes op de akker bleven. Ondertussen werden mensen onpasselijk of zelfs ziek van de stank.
Wetenschappers wereldwijd hebben sterke aanwijzingen dat sommige bestrijdingsmiddelen Parkinson, Alzheimer of kanker kunnen veroorzaken. In Frankrijk en Duitsland is Parkinson inmiddels een erkende beroepsziekte voor fruittelers. Ook worden pesticiden in verband gebracht met hartritmestoornissen, vruchtbaarheidsproblemen, hersenschade bij jonge kinderen en leukemie. Misschien herinnert de lezer zich nog het verhaal van vorig jaar, waarin de dochter van een Franse bloemiste overleed aan leukemie. De rechter achtte een te hoge blootstelling aan bestrijdingsmiddelen aannemelijk.
Stichting Bollenboos organiseerde in oktober 2018 een debatavond, waarbij politieke partijen aan de tand werden gevoeld, die gewonnen hadden bij de gemeenteraadsverkiezingen. Beloften om de bollenteelt te begrenzen, bleken veelal in rook te zijn opgegaan. De teleurstelling onder de bezoekers was enorm. Twee bezoekers die elkaar die avond troffen, besloten hun boosheid en wanhoop om te zetten in actie. Wat als we nu eens zelf gaan onderzoeken hoeveel gif er in onze tuinen ligt en met de feiten onder de arm de discussie verder voeren? Misschien kunnen we overheden dan dwingen tot actie, zo was de gedachte. Een groep van zestien mensen kwam in november 2018 bij elkaar en in december 2018 werden de eerste monsters genomen: Meten=Weten was geboren.
Handhavingsverzoek
Aanvankelijk maten we van alles door elkaar: groenten uit moestuinen, grond van akkerranden en natuurgebieden, grondwater en oppervlaktewater. Het gerenommeerde laboratorium Eurofins Lab Zeeuws-Vlaanderen verzorgde de analyses. De resultaten waren niet geruststellend: het laboratorium rapporteerde allerlei toxische stoffen. Met hulp van Natuurmonumenten konden we nieuwe monsters nemen in vier Natura 2000- gebieden: Dwingelderveld, Leggelderveld, Uffelterveen, Wapserveld en delen van Drents-Friese Wold. We bemonsterden vegetatie in vier reeksen vanaf de rand dieper het gebied in. In ieder monster bleek tenminste één bestrijdingsmiddel te zitten. In totaal troffen we 14 bestrijdingsmiddelen aan. Op basis daarvan is een handhavingsverzoek gedaan bij alle 12 provincies om deze stoffen te verbieden, want in alle provincies worden lelies geteeld. Daarnaast worden de aangetroffen stoffen ook in andere teelten gebruikt. Ze zijn giftig voor plant, mens en dier en de effecten zijn onvoldoende onderzocht. De juridische procedures over de handhavingsverzoeken lopen nog. Een voordeel van de vorm van bestuursrecht is dat het niet verplicht is een advocaat in de arm te nemen en we onze kosten relatief laag kunnen houden. Alhoewel we professionele hulp inschakelen van wetenschappers en juristen, zijn we nog steeds grotendeels een vrijwilligersorganisatie.
Dankzij financiële ondersteuning van donateurs en twee grotere fondsen konden we in 2023 nieuw onderzoek starten naar luchtvervuiling. Welke pesticiden zweven er eigenlijk in de lucht en hoe verschilt dat per locatie en periode in het jaar? We plaatsten vier palen met luchtfilters in Drenthe en drie rond de Veluwe. Tegelijkertijd met de luchtmetingen namen we op dezelfde plaatsen monsters van eikenblad. In totaal hebben we in dit onderzoek 95 stoffen gemeten, waarbij een tiental in grotere hoeveelheden. De luchtfilters tonen fluctuaties door het jaar heen, met pieken herbiciden in het voorjaar. Jaarrond, dus ook in de winter, blijken er stoffen in de lucht te zitten. Het is aannemelijk dat die continue blootstelling aan een mix van chemische stoffen schade veroorzaakt in de natuur, zoals de enorme terugloop in insectenpopulaties. Hoe en wat precies, daarover is veel onbekend. Er zijn geen normen voor aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in de natuur, zoals die er wel zijn bij voedsel of drinkwater.
Schone Sier
Ons onderzoek naar luchtvervuiling werd in 2024 naar buiten gebracht in het rapport Schone Sier: Een nevel van bestrijdingsmiddelen (2024). Net als met eerdere onderzoeken hebben we geprobeerd er
flink ruchtbaarheid aan te geven. Dat lukte: we stonden op de voorpagina van dagblad Trouw en werden diezelfde dag geïnterviewd op Radio 1. Naast druk zetten op de politiek zien we het informeren van het grotere publiek als middel om ons doel te bereiken: een schone leefomgeving.
In de loop van de tijd zijn we meer juridische procedures gaan voeren, altijd tegen een overheid die in onze ogen nalatig handelt. Eén handhavingsverzoek ging over een akker nabij het Holtingerveld. De rechter bepaalde in 2021 dat de teelt van lelies vergunningsplichtig is. Maar de provincie Drenthe, de tegenpartij in deze zaak, had geen zin om te handhaven en ging in hoger beroep tegen de uitspraak. De rechter bevestigde de uitspraak in ons voor-
deel op 2 april 2025. Dit is het voorlopige slotakkoord in deze “lelieteeltzaak”.
De politiek begint nu langzaam in beweging te komen, maar van harte gaat het niet: overheden proberen op allerlei manieren daadwerkelijk ingrijpen zo lang mogelijk uit te stellen. Dat is ook niet verwonderlijk gezien de politieke samenstelling van het bestuur, zowel landelijk als in provincies, dat zich onder druk laat zetten door de agro-industrie. Wij blijven als luis in de pels benadrukken dat de overheid zich aan haar eigen wetten moet houden.
Na het project Schone Sier zijn we verder gegaan met meten met een aantal meetpalen, om meetreeksen over langere periodes te krijgen. Dat kan nuttig zijn ter ondersteuning van de rechtszaken, maar ook om bijvoorbeeld te controleren of in de loop van de tijd de vervuiling af- of toeneemt. Als een middel wordt verboden, zou je moeten zien dat het dan ook uit de lucht verdwijnt.

Inmiddels hebben we door dat we niet alles alleen kunnen. We proberen zoveel mogelijk samen te werken met wetenschappers. Zo ondersteunen we als bur- gerwetenschappers het onderzoek van de
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) naar de relatie tussen boezemfibrilleren en pesticiden. We wisselen gegevens uit met het SPRINT- onderzoek van de Wageningen Universiteit naar de effecten van bestrijdingsmiddelen op mensen, vee en ecosystemen en ondersteunen met onze metingen zweefvliegonderzoek van Naturalis. Daarnaast hebben we zitting in de klankbordgroep Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO-2) van het RIVM.
Doordat onze vereniging steeds bekender wordt, zijn we een vraagbaak geworden voor burgergroepen en politici in het hele land. Dankzij de invoering van de nieuwe Omgevingswet hebben overheden meer mogelijkheden om burgers te beschermen tegen bestrijdingsmiddelen. Op dit moment werken we aan een overzicht van welke maatregelen die provincies en gemeenten nemen om bestrijdingsmiddelen te reguleren. Dat is te vinden op onze website, evenals allerlei andere bruikbare informatie én hoe je lid of donateur kunt worden van Meten=Weten.