De natuur en de Omgevingswet

De Omgevingswet die – na lang dralen – op 1 januari van kracht werd, heeft ook gevolgen voor de bescherming van natuur en landschap. Wat houdt de wet in? Welke onderdelen gaan de natuur aan? En welke kansen biedt de wet voor de KNNV Natuurvereniging?

Tekst Theo Briggeman / Foto Wirestock

e Omgevingswet vervangt 26 wetten, waaronder de Wet Natuurbescherming (Wbn). Het doel is een eenvoudige wet voor alle handelingen in de fysieke leefomgeving. Wet- en regelgeving worden gebundeld voor bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht en last but not least natuur en landschap. De wetgever heeft een ‘beleidsneutrale’ overgang naar de Omgevingswet beloofd: voor natuur en landschap zouden er geen verslechteringen moeten ontstaan.

Bijbehorende besluiten

De Omgevingswet brengt een geheel herzien omgevingsrecht tot stand. Het gaat daarbij niet alleen om de wet zelf, maar ook om een samenhangend geheel met andere wetten en besluiten, zoals het Omgevingsbesluit, de Omgevingsregeling, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Met name het Bal en het Bbl zijn voor de natuur van belang. Het geheel wordt digitaal ontsloten via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Vergunningsaanvragen verlopen via een elektronisch loket.
Een schriftelijke aanvraag blijft mogelijk. Daarmee wordt de Omgevingswet voor de gemiddelde burger er bepaald niet eenvoudiger en overzichtelijker op.

Samenhangend systeem

Het systeem van de Omgevingswet introduceert voor rijk, provincies, gemeenten en waterschappen een samenhangend systeem van visies, programma’s, verordeningen en omgevingsplannen.
Op provinciaal niveau worden visies en programma’s ontwikkeld. Ook hebben alle provincies een Omgevingsverordening vastgesteld. Daarin zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de desbetreffende provincie opgenomen. Er staat in aangegeven wat wel en niet is toegestaan. Ook staan er instructieregels in voor gemeentelijke omgevingsplannen en taken van waterschappen. De geometrische begrenzing van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) is hier terug te vinden. Verder staan er regels in over onder andere vogelsoorten, waarbij voor sommige activiteiten een algemene vrijstelling geldt.

Omgevingsvisie en -plan

Op gemeentelijk niveau kent de Omgevingswet onder meer een omgevingsvisie en een omgevingsplan. In zo’n omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving op lange termijn vast. Het is een integraal, strategisch document dat betrekking heeft op bijvoorbeeld water, wonen, milieu, natuur, landschap, mobiliteit en bodemkwaliteit.
Voor elke gemeente wordt maar één visie opgesteld. De gemeente is verplicht deze visie uiterlijk 1 januari 2027 vast te stellen. Het omgevingsplan is het bestemmingsplan nieuwe stijl. Bevatte het bestemmingsplan alleen regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, het omgevingsplan kent regels die betrekking hebben op alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Het kan bijvoorbeeld regels bevatten die vroeger in de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) stonden of in een Kapverordening. Voor iedere gemeente wordt maar één omgevingsplan opgesteld. Goed nieuws is dat onder de Omgevingswet een initiatiefnemer moet kunnen volstaan met de aanvraag van één omgevingsvergunning. Onder de oude wetgeving was vaak voor één activiteit een scala aan vergunningen nodig. Voor de natuurbelangen is ook relevant dat onder de Omgevingswet geen ontheffingsvergunning meer nodig is – in tegenstelling tot wat onder de Wet Natuurbescherming gold.

Natuur

Welke gevolgen heeft de Omgevingswet voor de natuur? We zetten de belangrijkste wijzigingen op een rij.

Flora- en fauna-activiteiten
De Omgevingswet kent een situatie waarin het verboden is om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten. Een flora- en fauna-activiteit is een activiteit die mogelijk schadelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten kan hebben. Wat die schadelijke gevolgen zijn en hoe en welke soorten beschermd zijn, staat in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en is ook verwerkt in het Bal. Vergunningsplichtige en vergunningsvrije soorten worden hier ook geregeld. Een vergunning kan worden verleend als voldaan wordt aan zogenoemde beoordelingsregels. De Staat van Instandhouding van een soort speelt vaak een belangrijke rol. Aan een omgevingsvergunning kunnen ook (beperkende) voorschriften worden verbonden.

Zorgplicht
In de Omgevingswet is een algemene zorgplicht voor de fysieke leefomgeving opgenomen. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de leefomgeving, is verplicht die gevolgen te voorkomen, te beperken, ongedaan te maken dan wel achterwege te laten. In het Bal wordt deze algemene zorgplicht herhaald. Voor de natuur geldt deze algemene zorgplicht voor zowel beschermde als niet-beschermde natuur. Voor flora- en fauna-activiteiten is echter ook een specifieke zorgplicht in het Bal opgenomen. Die houdt in ieder geval in dat wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van bepaalde soorten en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Het gaat onder meer om van nature in Nederland in het wild levende vogelsoorten in de Europese Vogelrichtlijn en geregeld in ons land voorkomende trekvogelsoorten in deze richtlijn. Verder geldt deze zorgplicht voor in Nederland in het wild levende dieren of planten in de Habitatrichtlijn, waaronder alle vleermuissoorten. Tot slot betreft de specifieke zorgplicht dieren of planten die op de Rode Lijst zijn geplaatst; dit is een bescherming die er voorheen voor Rode Lijst soorten niet was.
Zijn deze aanwijzingen er, dan moet worden vastgesteld of op voorhand nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten op grond van objectieve gegevens. Zijn die niet uit te sluiten, dan moet worden nagegaan welke nadelige gevolgen kunnen optreden en welke passende preventieve maatregelen genomen kunnen worden, of moet men de activiteiten staken of – als dat niet kan – passende herstelmaatregelen nemen. Ook moet worden gemonitord of de preventieve maatregelen het beoogde effect hebben gehad.
De initiatiefnemer van een activiteit dient dus al snel een deskundige in de arm te nemen om na te gaan of er sprake is van een specifieke zorgplicht. Het ligt in de rede dat de deskundige de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) raadpleegt of een onderzoek hiernaar uitvoert. Daarbij is het de vraag of deze deskundigen voldoende kennis hebben van alle soorten of soortgroepen, waaronder Rode Lijst-soorten. Denk bijvoorbeeld aan minder bekende soortgroepen als wilde bijen, kokerjuffers, haften, sprinkhanen, krekels, platwormen, korstmossen en paddenstoelen.

Uitdaagrecht
Bij het uitdaagrecht kunnen initiatiefnemers taken van bijvoorbeeld gemeente of waterschap overnemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Hiermee wordt de overheid ‘uitgedaagd’. Bewoners en maatschappelijke organisaties krijgen zo de kans om hun idee te gaan uitvoeren. Het uitdaagrecht moet nog wettelijk worden verankerd; de Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen dat nu bij de Eerste Kamer ligt. Via de Participatieverordening van gemeenten is een dergelijk initiatief nu al vaak te realiseren.

Kansen voor de KNNV

Waar liggen de kansen voor de KNNV? Ze zijn te verdelen in natuuronderzoek en natuurbescherming.

Natuuronderzoek
Beheerplannen Natura 2000-gebieden
Nederland telt 162 Natura 2000-gebieden. Voor het behoud en de ontwikkeling van deze gebieden is het maken van beheerplannen op grond van de Omgevingswet een verplichting. Deze plannen moeten elke zes jaar worden geëvalueerd en vernieuwd.
KNNV-afdelingen worden in toenemende betrokken bij het inventariseren van deze gebieden, waardoor zij bijdragen aan het verzamelen van de benodigde gegevens voor het te voeren beheer.
Uit een recent onderzoek van de Ecologische Autoriteit van zogenoemde doelanalyses van zeventig Natura 2000-gebieden bleek dat het nog steeds slecht gaat met stikstofgevoelige natuurgebieden. Geadviseerd werd te investeren in monitoring van de natuurwaarden van deze gebieden, nu veel gegevens nog ontbreken. Gericht onderzoek naar natuurherstel is noodzakelijk. De KNNV kan ook hier een substantiele bijdrage aan monitoringsonderzoeken leveren en zo bijdragen aan natuurherstel.

Gegevens verzamelen
Met de introductie van de Omgevingswet is het belang van beschikbaarheid van actuele gegevens over de natuurgebieden in een gemeente of een provincie nog groter geworden. Initiatiefnemers van een activiteit zijn tenslotte verplicht deze gegevens aan het bevoegd gezag te overleggen. Voor een fauna- en flora-activiteit mogen die gegevens niet ouder zijn dan drie jaar. Voor Natura 2000-activiteiten is alleen vastgesteld dat deze gegevens actueel moeten zijn. KNNV-afdelingen kunnen een belangrijke rol spelen door zoveel mogelijk gebieden op natuurwaarden te monitoren c.q. te inventariseren en deze voortdurend te actualiseren en toegankelijk te maken. Als deze gegevens bij een voorgenomen activiteit niet (voldoende) voorhanden zijn, is het namelijk veel gemakkelijker ongewenste activiteiten te ontplooien. Van belang is ook zoveel mogelijke gegevens in databanken zoals de NDFF in te voeren.
Daarmee worden de gegevens ook gevalideerd. Losse waarnemingen kunnen ook in databanken als waarneming.nl of Avimap worden ingevoerd. De kwaliteit van de gegevens zal zo aanzienlijk verbeteren.
Van groot belang is ook tot inventarisatie van het landelijk gebied over te gaan. Van deze gebieden zijn vaak geen of onvoldoende gegevens bekend. Ook van deze gebieden kunnen de natuurwaarden bijzonder groot zijn. Daarvoor wordt op dit moment het project Basiskwaliteit Natuur ontwikkeld. Juist vanwege het feit dat de 48 afdelingen van de KNNV over het hele land werkzaam zijn, kan de KNVV ook hier een belangrijke rol spelen. In het project Groene Bondgenoten worden hiervoor de komende jaren de nodige initiatieven ontplooid. De KNNV is daar nauw bij betrokken.

Uitdaagrecht
Een interessante mogelijkheid om het heft in eigen hand te nemen is uitdaagrecht.
KNNV-afdelingen kunnen bijvoorbeeld gemeenten bij een haperend ecologisch groenbeheer voorstellen dat beheer over te nemen, al dan niet in samenwerking met bijvoorbeeld collega-organisaties of bewonersgroepen.

Natuurbescherming
KNNV-afdelingen houden zich naast onderzoek ook veel bezig met natuurbeschermingsactiviteiten. Zij zijn vaak goed op de hoogte van de regionale natuur- en landschapswaarden, onder meer door de vele onderzoeken die zij verrichten en de samenwerking met gemeenten en provincies. Zij kunnen grote invloed uitoefenen door de belangen van natuur en landschap in te brengen bij het opstellen van omgevingsvisies en omgevingsplannen.
Door met provincies, waterschappen en gemeentes bij het ontwikkelen van nieuwe plannen zo vroeg mogelijk in gesprek te gaan, kunnen zij een grote rol spelen bij het behartigen en uitbouwen van het natuurbelang. De participatiemogelijkheden die uit de Omgevingswet voortvloeien, zouden meer dan tot nu toe gebruikelijk door de afdelingen benut moeten worden. Dat laat onverlet dat daar waar nodig zienswijzen, bezwaarschriften en beroep- schriften worden ingediend.

Van reactief naar proactief
Al met al brengt de komst van de Omgevingswet veel kansen voor de KNNV met zich mee om meer dan voorheen te participeren in het natuur- en landschapsbeleid. En dat op een proactieve wijze. De nieuwe Omgevingswet biedt kansen te over om zelf bij voortduring initiatieven tot beleidsverbetering te ontplooien en ervoor te zorgen dat er voldoende kennis aanwezig is om de natuurbelangen te verdedigen. ■

Literatuur
Backes Ch.W. et al (2017), Natuurbeschermingsrecht. SDU Uitgevers bv, Den Haag.
Backes Ch.W. et al (2024), Natuur in de Omgevingswet, Boom Juridische Uitgevers. Den Haag.
BIJ12, Juridisch Kader Behorende bij Kennisdocumenten Soortbescherming. Versie 2.0, januari 2024.
Boerema, Luuk (2021), Zorgplicht, maar dan anders: de specifieke zorgplichten voor natuur in de Omgevingswet. NBR 2021/3.
Broek, J.H.G. van den (2023), Handboek Omgevingswet in de praktijk. Juridische Leidraad. Wolters Kluwer 2023. Haazelager, Minella & Kars Veling, Daag uit voor meer biodiversiteit. Nature Today, 6 december 2023.
Hunnink, Sander & Ronald Zollinger (2021). Bescherming herpetofauna en vissen onder de Omgevings- wet. Tijdschrift Ravon 83. December 2021. Jaargang 23/4. 80-83.
Hunnink, Sander (2023). Voorstel invulling specifieke zorgplicht FF-activiteiten Omgevingswet. LinkedIn 30 oktober 2023.